Wormhagedissen (Amphisbaenia)

Wormhagedissen komen op meerdere continenten voor, behalve in Australië. Het moet er warm en nat zijn en ze houden van een zandgrond waar ze in kunnen wroeten en graven. Wormhagedissen leven namelijk onder de grond, waar ze zich zowel naar voren als naar achteren kunnen bewegen in gangen en holen. Zodra het regent komen ze boven de grond, omdat ze anders zouden verdrinken.

Het zijn onschuldige dieren, die zelfs zeer nuttig zijn doordat ze heel veel insecten en hun larven verorberen. Maar door hun gelijkenis met een slang, worden sommigen onnodig doodgemaakt. De eerste ontdekker van de wormhagedis noemde het dier zelfs ‘zeer gevaarlijk’. Een belangrijke natuuronderzoeker vond dat grote onzin en noemde een pas ontdekte soort daarom Amphisbaenia innocens (onschuldige wormhagedis).

Dierenrijk

Wetenschappers hebben er lang over gedaan om de wormhagedissen te kunnen plaatsen in het dierenrijk. Ze vertonen overeenkomsten met hagedissen, zoals de huid en kaken, maar lijken qua uiterlijk meer op slangen. Ondanks enige gelijkenissen, behoren ze ook niet tot de wormen.

Uiteindelijk besloten de wetenschappers dat wormhagedissen een onderorde van de reptielen vormen, de schubreptielen. Hagedissen en slangen horen ook bij deze groep.

Wormhagedissen zijn weer onder te verdelen in:

  • Puntstaartwormhagedissen (Trogonophiidae)
  • Echte wormhagedissen (Amphisbaenidae)

Daarnaast zijn er een aantal families waar slechts één geslacht onder valt. Bijvoorbeeld de familie van de tweepotige wormhagedissen (Bipedidae), waar alleen het geslacht Bipes onder valt.

Aantallen

De onderorde wormhagedissen kent 6 families. Er zijn 19 geslachten, waaronder weer 188 soorten vallen.

Kenmerken wormhagedissen

Wormhagedissen onderscheiden zich van wormen doordat ze schubben dragen. Ze hebben bovendien ogen, iets wat wormen niet hebben. Wel leven ze grotendeels onder de grond, net als wormen, en lijken de ringen op hun lijf en de manier van voortbewegen ook op die van wormen.

Dat ze niet tot de slangen behoren is voornamelijk te zien aan de spieren en de ogen die heel anders zijn als bij slangen. Een wormhagedis is zo goed als blind doordat het oog verscholen ligt achter een schub. Bovendien wijkt de vorm van de schedel teveel af van die van een slang.

De meeste wormhagedissen zijn relatief klein en dun. De lengte varieert van (ongeveer) 8 tot 75 centimeter. De gemiddelde lengte ligt tussen de 30 en 60 centimeter.

De voorouders van de wormhagedissen hadden poten. Dit is bij sommige soorten nog te zien, hoewel de poten meestal geen functie meer hebben en het slechts uitsteeksels zijn die herinneren aan het verre verleden. Enkele soorten hebben echter nog goed ontwikkelde voorpoten, zoals de Mexicaanse wormhagedis.

Groen, blauw, oranje, wit, zwart of geel: wormhagedissen zijn kleurrijke dieren. Soms is er sprake van een patroon met meerdere kleuren, maar velen hebben slechts één kleur waar ze ook naar vernoemd worden, zoals de witte wormhagedis.

De kop van de wormhagedis is vrij puntig of wigvormig, wat van pas komt tijdens het graven in de grond. Sommige soorten hebben daarnaast verhoornde randen op de kop, waardoor het graven nog makkelijker gaat. Vaak is het onderscheid tussen de kop en staart van een wormhagedis lastig te zien. Op deze manier misleidt dit reptiel zijn vijanden.

De staart van de wormhagedis is sowieso een belangrijk instrument in zijn verdediging. Hij kan hem oprichten als de kop van een slang, om zo eventuele belagers in de war te brengen. Daarnaast kan bij veel soorten, net als bij veel ‘gewone’ hagedissen, de staart afgeworpen worden als een vijand deze vast heeft. Op die manier kan de wormhagedis ontsnappen. De grotere wormhagedissen hebben – tegenstrijdig genoeg- een te korte staart om dit te kunnen doen.

Voortplanting

Wormhagedissen zoeken elkaar alleen op in de paartijd. Over de paring en de incubatietijd tot de eieren gelegd worden, is eigenlijk maar weinig bekend. Wel is bekend dat sommige soorten eierlevendbarend zijn. Bij de overige worden de eieren afgezet in de grond.

Ze worden vaak gevonden in mierennesten, waar ze soms ook hun eieren afzetten. De omstandigheden, zoals temperatuur en luchtvochtigheid, zijn in zo’n nest vaak ideaal voor een goede ontwikkeling van de embryo’s.

Voeding

De meeste soorten leven van insecten, mieren, termieten, wormen en larven. Enkelen lusten ook graag spinnen of duizendpoten.

Wormhagedissen kunnen niet drinken, maar hebben wel water nodig om te overleven. Door kleine kanaaltjes in de kop wordt water uit de grond opgenomen, waarna het in de bek terecht komt en doorgeslikt kan worden.

Geschiedenis

Er zijn fossielen gevonden van wormhagedissen die stammen uit het Eoceen tijdperk. Dit is zo’n 50 miljoen jaar geleden. Maar verder is er maar weinig bekend over deze groep reptielen. Hun plaats binnen het dierenrijk vormde lange tijd voor verwarring en ook hun leefgebied heeft al meerdere wetenschappelijke discussies en theorieën op gang gebracht.

Wat in ieder geval wel duidelijk is, is dat de eerste wormhagedissen vanuit Noord-Amerika uitzwermden naar Europa en naar Afrika, maar dat de Zuid-Amerikaanse wormhagedissen weer afstammen van de soorten uit Afrika.

Gevlekte wormhagedis

Een opvallende verschijning tussen de wormhagedissen is de gevlekte wormhagedis. Zijn huid is wit met een roze ondertoon en over de gehele lengte heeft hij onregelmatige zwarte vlekken. Dit schubreptiel leeft onder de grond waar hij jaagt op insecten en kleine zoogdieren. De gevlekte wormhagedis komt alleen voor in het Amazonegebied en op het eiland Trinidad in de Caribische Zee.