De siamang is de grootste van de negen gibbonsoorten en leeft in de regenwouden van Sumatra en Maleisië. Hij beweegt zich met grote soepelheid en behendigheid slingerend door de takken voort. De siamang leeft bijna uitsluitend in het bladerdak van de regenwouden. Om in deze omgeving te kunnen leven, heeft hij opmerkelijke kwaliteiten ontwikkeld. Hij beweegt zich op zijn gemak arm voor arm voorwaarts of slingert snel en behendig door de takken. Zijn handen zijn zeer sterk en de tweede en derde vinger zijn aan de basis door huid met elkaar verbonden. Wanneer een tak te dik is om vast te houden, loopt hij er gewoon overheen.

Alle gibbons communiceren door bepaalde geluiden met elkaar, maar de siamang overtreft alle andere soorten in geluidssterkte. Door de grote keelzak, die hij bijna tot de grootte van zijn kop kan opblazen, worden de geluiden versterkt en kunnen op meer dan drie kilometer afstand worden waargenomen. Mannetjes en vrouwtjes roepen in duetten en zodra ze beginnen, vallen ook andere groepen in. Het gezang eindigt in een imposant crescendo van het vrouwtje. De geluiden dienen om de territoria af te bakenen en voor de versteviging van de binding tussen de partners.

Siamangs slapen ’s nachts zittend hoog in een boom op een tak. De siamang voedt zich vrijwel uitsluitend met plantaardig voedsel. Daarbij eet hij ongeveer evenveel bladeren als vruchten, vooral vijgen. Bovendien krijgt hij belangrijke eiwitten binnen door heel af en toe insecten, vogeleieren of kleine vogels te eten. Een siamangfamilie leeft doorgaans in een gebied van 15 tot 50 hectare en hoeft zich maar over korte afstanden te verplaatsen om voldoende voedsel te eten.

Mannetjes en vrouwtjes siamangs vormen paren voor het leven. Zeven tot acht maanden na de paring wordt één enkel jong geboren. Het is nauwelijks behaard en klampt zich voortdurend aan zijn moeder vast, die hem zo geborgenheid biedt. Gedurende de eerste levensjaren wordt het jong uitsluitend door de moeder verzorgd. Daarna bekommert ook het mannetje zich om de opvoeding. Tijdens het spel met ouders en familieleden leren de jongen de typische manieren van voortbewegen en hoe ze zich binnen een groep moeten gedragen. Omdat ze zich zolang met de opvoeding bezighouden, planten siamangs zich maar eens in de 2 of 3 jaar voort. In gevangenschap verloopt de voortplanting meestal zonder problemen.

Siamangs leven in familieverbanden van beide ouders en twee of drie jongen. De wederzijdse lichaamsverzorging neemt zeer veel tijd in beslag en versterkt de familieband. De jonge dieren worden op een jonge leeftijd van zes jaar geslachtsrijp. Op dat moment worden de vaders in toenemende mate agressief tegenover hun zoons. Ook de moeders dulden hun dochters dan niet meer in de buurt. De jongen verlaten daarop de groep om een eigen familie te stichten.

HUIDIGE PROBLEMEN VAN DE SIAMANG

De tropische bossen waar de siamang leeft wordt helaas steeds meer gekapt. En ondanks dat deze gibbon zich gemakkelijk aanpast aan zijn leefomgeving is het met de siamang slecht gesteld. Hun leefgebied gaat steeds meer verloren door houtkap, de omzetting van bos naar plantages en door de aanleg van wegen. Uit een onderzoek van 2006 is gebleken dat de populatie Siamangs destijd binnen 40 jaar tijd is gehalveerd. Daarom heeft de siamang de status van een bedreigde diersoort.