Schubreptielen (Squamata)

Schubreptielen zijn een onderklasse van de reptielen. Hagedissen, slangen en wormhagedissen horen allen tot deze groep. Schubreptielen – en dan vooral hagedissen en slangen – komen vrijwel overal ter wereld voor. Ze leven zowel op het land als in het water en kunnen extreem hoge temperaturen verdragen, vandaar dat ze in de heetste woestijnen kunnen leven. Maar ook op open zee (slangen), in bomen (hagedissen) of diep onder de grond (wormhagedissen) kom je schubreptielen tegen.

Dierenrijk

De Schubreptielen zijn weer onder te verdelen in:

  • Slangen (Serpentes)
  • Hagedissen (Lacertillia)
  • Wormhagedissen (Amphisbeania)

Vroeger werden hagedissen aangeduid met de Latijnse naam Sauria en slangen met de Latijnse naam Ophidia, maar tegenwoordig worden deze namen gezien als verouderd.

Kenmerken

Schubreptielen variëren enorm in kleuren, vorm en grootte. Veel soorten hebben een schutkleur die zorgt voor camouflage in de natuurlijke omgeving. Hagedissen die op de grond leven zijn meestal bruin, degenen die in de bomen leven juist groen. Deze camouflage wordt gebruikt bij de jacht of juist om zich te beschermen tegen gevaar.

Maar andere schubreptielen vallen op met hun kleurige huid, die in veel gevallen aangepast kan worden om zo bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur aan te passen. Meestal worden de felle kleuren gebruikt als communicatiemiddel naar andere dieren. Zo kan een vrouwtjeskameleon zelfs roze of blauw worden als ze zwanger is. Hiermee laat ze weten dat ze al bevrucht is en met rust gelaten wil worden.

Uiteraard hebben ze wel allemaal één ding gemeen: ze hebben een met schubben bedekte huid. Sommigen hagedissen hebben zelfs osteodermen: versterkte beenplaatjes in de huid die een soort pantser vormen. Het grote verschil tussen hagedissen en slangen zit hem in de buikschubben. Hagedissen hebben hiervan meerdere rijen, terwijl slangen alleen één rij sterk verbrede schubben draagt. Wormhagedissen onderscheiden zich van wormen doordat ze schubben dragen. Dat ze niet tot de slangen behoren is voornamelijk te zien aan de spieren en de ogen die heel anders zijn als bij de slangen.

Aantallen

De hagedissen zijn van alle schubreptielen in de meerderheid. Er zijn meer dan 5500 hagedissoorten tegenover ongeveer 3400 slangen. Wormhagedissen komen minder voor. Er zijn ongeveer 188 verschillende soorten bekend.

Geschiedenis

Het oudste fossiel van een schubreptiel dat ooit gevonden is dateert van 240 miljoen jaar geleden. Het was lange tijd niet zeker, maar wetenschappers zijn er sinds 2018 van overtuigd dat Megachirella wachtleri een echte voorouder van de huidige moderne schubreptielen is.

De eerste moderne groepen die zich ontwikkelden waren de skinachtigen (170 miljoen jaar geleden) en de gekko-achtigen (110 miljoen jaar geleden). Tijdens het Krijt tijdperk ontwikkelden zich de slangen (112 miljoen jaar geleden), varaanachtigen (80 miljoen jaar geleden) en de leguaanachtigen (66 miljoen jaar geleden).

Voedsel

De meeste schubreptielen zijn carnivoor. Ze jagen op kleine prooien zoals insecten, spinnen, wormen en muizen. Enkele grote slangen zoals de tijgerpython, anaconda of boa constrictor kunnen grotere prooien verwerken. Tijgerpythons eten bijvoorbeeld vogels, kleine herten en zwijnen. Van anaconda’s is bekend dat ze zelfs krokodilachtigen kunnen verslinden.

Toch zijn er ook vegetarische schubreptielen. Zij eten bloemen, knoppen, bladeren of – zoals in het geval van de zeeleguaan – zeewier. Weer anderen zijn omnivoor. Zij eten zowel planten als vlees of insecten.

De witte wormhagedis

De witte wormhagedis is een 60 centimeter lange hagedis zonder poten. Hij leeft voornamelijk in Amerika, zowel in Noord-Amerika als de noordelijke landen in Zuid-Amerika. Verder naar het zuiden komt hij niet meer voor.

De witte wormhagedis leeft voornamelijk onder de grond. Hier jaagt hij op insecten, termieten en wormen. Deze soort heeft nog ogen, maar deze zijn erg onderontwikkeld en vermoedelijk zien ze er niets meer mee. Vanwege zijn gelijkenis met een slang wordt deze hagedis nog wel eens doodgetrapt. Helaas, want de witte wormhagedis is niet giftig.

Bladstaartgekko

Deze gevlekte gekko komt voor op het eiland Madagaskar en is ongeveer 35 centimeter groot. Zijn kleur is de perfecte camouflage in de bomen waar hij leeft. Als hij zich tegen een boomstam aandrukt lijkt zijn vlekkenpatroon net op boomschors en is hij praktisch onzichtbaar. Hij jaagt op insecten, vooral ’s avonds en ’s nachts.

Cobra

De cobra, of brilslang, is een extreem giftige slang die voorkomt in meerdere landen in Azië. Hij kan zichzelf verdedigen door op een afstandje straaltjes gif te spugen. Als hij zich bedreigd voelt kan de cobra imposant omhoogkomen, waarbij hij de ribben en losse huid in zijn nek uitzet. Het vlekkenpatroon dat hij daarbij toont, lijkt op ogen ( of een bril) en brengt zijn tegenstander nog meer in verwarring.

Vooral in India worden cobra’s vaak gebruikt door slangenbezweerders. Vroeger werden deze bezweerders gezien als echte magiërs, tegenwoordig is het voornamelijk een tamelijk wrede manier om de toeristen te vermaken. De slangenbezweerders maken gebruik van het natuurlijke vluchtmechanisme van de slang die daarom meebeweegt met de fluit. Cobra’s zijn namelijk doof, zij horen de muziek niet. Om te voorkomen dat ze uiteindelijk aanvallen, wordt de bek van de slang dichtgenaaid of de giftanden verwijderd.