Schildpadden zijn reptielen en bestaan ongeveer 200 miljoen jaar. De schildpad is een koudbloedig dier en leeft voornamelijk in warme gebieden. Het meest opmerkelijk is dat een schildpad een lederachtig of hoornen schild aan zijn buik- en rugzijde heeft: het buikschild en pantser. Daarnaast hebben ze geen tanden, maar scherpe, harde kaakranden. Er zijn verschillende soorten schildpadden: landschildpadden, zoetwaterschildpadden en zeeschildpadden. Deze leggen allemaal eieren, ingegraven op het land. De baby’s moeten zelf uit het ei kruipen, ze kunnen meteen al zwemmen. Schildpadden zijn nestvlieders.

De eerste schildpad-fossielen zijn ongeveer 180 miljoen jaar oud. Ze leefden dus al toen de eerste dinosaurussen leefden. Er bestaan 244 soorten schildpadden: 7 zeeschildpadden, 196 moerasschildpadden en 41 landschildpadden. Om te kunnen zwemmen hebben schildpadden zwemvliezen. Schildpadden zonnebad om zo een hogere lichaamstemperatuur te krijgen, parasieten de doden en om meer energie te krijgen. De belangrijkste schubben zitten op de rug, dit is een hard schild door de aan elkaar vastgegroeide schubben. Het rugschild en buikschild vormen een pantser, hierdoor zijn de belangrijkste organen goed beschermd tegen bijvoorbeeld aanvallen van roofdieren.

Zintuigen Schildpadden

Schildpadden kunnen van dichtbij vrij goed zien, toch maken ze voor voedselopsporing gebruik van hun reukvermogen. De neusgaten van water schildpadden, zijn geplaatst op de punt van zijn kop. Hierdoor kunnen ze ademhalen, ook als ze zowat met hun hele lichaam onder water liggen.

Behalve qua grootte, lijken alle soorten schildpadden veel op elkaar. De Noord-Amerikaanse moerasschildpad is met een schildlengte van maximaal 12 cm, één van de kleinste. De reuzenweekschildpad (115 cm, 120 kg) en de lederschildpad (186 cm, 680 kg) zijn één van de grootste soorten. Landschildpadden leven voornamelijk in warmere gebieden, hij is de grootste soort schildpad die nu nog leeft. Miljoenen jaren geleden leefden er veel grotere soorten. Van alle schildpadden zien de weekschildpadden uit Afrika, Azië en Noord-Amerika er het vreemdst uit. Ze hebben scherpe klauwen, geen zwemvliezen en zijn bijna rond. Ze hebben een lange snuit en een smalle kop. Hij heeft geen schubben op zijn schild. Hij wordt beschermd tegen roofvogels door zijn beenpanster van een lederachtige huid. Het grootste deel van hun tijd brengen ze door in het water zoals poelen, meren, moerassen en rivieren. Alleen voor eieren leggen, komen ze aan land.

Voedsel schildpadden

Volwassen zeeschildpadden eten algen en zeegras, een aantal soorten eet ook kwallen. De jongen eten schaaldieren, weekdieren en vissen. Moerasschildpadden eten meer dierlijke eiwitten. Voorbeelden zijn waterinsecten, schaaldieren, een rottend of dood dier, kikkers, wormen en zelfs slangen en watervogelkuikens. Met hun kaken pakken ze hun prooi en met hun klauwen scheuren ze het. Sommige schildpadden zijn jagers, andere lokken hun prooi. Schildpadden lijken vaak op een gewone steen op de bodem, doordat hun schild bedekt is met algen. Wanneer er een prooi voorbijkomt, schiet hij zijn kop uit zijn pantser en pakt hij zijn prooi.

Landschildpadden eten plantaardig materiaal, zoals droog gras en vruchten. Sommige soorten kunnen lange tijd zonder voedsel, zoals schildpadden die leven in de woestijn. Er zijn soorten die in bossen leven, die ook paddenstoelen en schimmels eten. Bijtschildpadden kunnen zelfs een hand van een mens eraf bijten.

Zomer- en winterslaap schildpad

Moeras- en landschildpadden houden meestal een paar maanden per jaar winterslaap, ze leven in koude gebieden.. Door een hol te graven, of bij een milde winter, door zich onder bladeren te begraven, overwinteren landschildpadden. Moerasschildpadden houden winterslaap in de modder in bijvoorbeeld de waterkant. De koude temperatuur zorgt ervoor dat hun hartslag en bloeddruk omlaaggaan. Er is dan weinig zuurstof nodig om te overleven. Schildpadden die in de woestijn leven, houden vaak een zomerslaap in de heetste maanden. Zeeschildpadden houden vaak geen winterslaap omdat het water waarin ze leven bijna nooit te koud wordt.