Schildpadden

Schildpadden (Testudines) zijn allen goed te herkennen aan één specifiek kenmerk: het stevige schild dat zij meedragen op hun rug en die het grootste gedeelte van het lichaam bedekt. Ze leven zowel op het land als in het water en komen vooral in tropische en subtropische gebieden voor.

Soms ontsnappen in gevangenschap levende schildpadden of worden ze vrijgelaten in de natuur. Hierdoor komen ze ook in andere gebieden voor, bijvoorbeeld in Nederland. Deze exemplaren kunnen vaak lang overleven, maar planten zich niet voort omdat het klimaat niet geschikt is voor de kwetsbare eieren.

Schildpadden zijn reptielen en bestaan ongeveer 200 miljoen jaar. De schildpad is een koudbloedig dier en leeft voornamelijk in warme gebieden. Het meest opmerkelijk is dat een schildpad een lederachtig of hoornen schild aan zijn buik- en rugzijde heeft: het buikschild en pantser. Daarnaast hebben ze geen tanden, maar scherpe, harde kaakranden. Er zijn verschillende soorten schildpadden: landschildpadden, zoetwaterschildpadden en zeeschildpadden. Deze leggen allemaal eieren, ingegraven op het land. De baby’s moeten zelf uit het ei kruipen, ze kunnen meteen al zwemmen. Schildpadden zijn nestvlieders.

De eerste schildpad-fossielen zijn ongeveer 180 miljoen jaar oud. Ze leefden dus al toen de eerste dinosaurussen leefden. Er bestaan 244 soorten schildpadden: 7 zeeschildpadden, 196 moerasschildpadden en 41 landschildpadden. Om te kunnen zwemmen hebben schildpadden zwemvliezen. Schildpadden zonnebad om zo een hogere lichaamstemperatuur te krijgen, parasieten de doden en om meer energie te krijgen. De belangrijkste schubben zitten op de rug, dit is een hard schild door de aan elkaar vastgegroeide schubben. Het rugschild en buikschild vormen een pantser, hierdoor zijn de belangrijkste organen goed beschermd tegen bijvoorbeeld aanvallen van roofdieren.

Dierenrijk schildpad

Schildpadden behoren tot de groep reptielen en zijn onder te brengen in twee groepen:

  • De halsbergers (Cryptodira)
  • De halswenders (Pleurodira)

Deze onderverdeling is gebaseerd op de mate waarin de schildpadden hun kop kunnen intrekken in het schild. De meeste schildpadden kunnen zich helemaal terugtrekken in hun schild om zich zo te beschermen voor gevaar van buitenaf. Deze worden de halsbergers genoemd. Enkelen kunnen de kop niet helemaal intrekken, deze worden de halswenders genoemd.

In gevangenschap levende schildpadden kunnen globaal worden ondergebracht in de volgende groepen:

  • Waterschildpadden (Leven uitsluitend in het water.)
  • Moerasschildpadden (Leven in het water, maar komen er vaak uit om te zonnebaden.)
  • Landschildpadden (Leven uitsluitend op het land.)

Kenmerken

Alle schildpadden hebben - naast hun kenmerkende schild - vier poten, een eivormige duidelijk te onderscheiden kop en een staart. Afhankelijk van de soort hebben de poten een bepaalde functie. Bij zeeschildpadden zijn de voorpoten zodanig afgevlakt dat ze veel weg hebben van roeispanen. Hierdoor kan de zeeschildpad nóg sneller zwemmen. Zoetwaterschilpadden hebben om dezelfde reden zwemvliezen tussen de tenen.

Landschildpadden hebben vrij massieve poten die vlak op de grond staan. Aangezien landschildpadden vrij groot kunnen worden, hebben ze deze stevige poten hard nodig om het eigen gewicht te kunnen ondersteunen. De poten worden onder andere gebruikt als hulpmiddel bij het verscheuren van voedsel. Vooral de scherpe nagels worden hierbij ingezet.

Schildpadden zijn intelligente dieren met een goed geheugen. Van in gevangenschap levende soorten is bekend dat ze zelfs kunnen leren. Ook kunnen ze zich over grote afstanden oriënteren. Dit zie je vooral bij zeeschildpadden die altijd terugkeren naar dezelfde stranden om eieren te leggen.

Ook opvallend aan de schildpad is de beweeglijke en uitrekbare nek. Hiermee verrassen ze vijand en prooi: met een verrassende snelheid kan de schildpad ineens zijn nek strekken en zo belager of prooi een flinke beet toebrengen.

Maar het meest opvallende is natuurlijk het schild die is verstevigd met hoornschilden en beenplaten. Alleen sommige schildpadden, zoals de in zee levende lederschildpad hebben geen hoornschilden, maar een op leer lijkende huid over de beenplaten. Tussen de beenplaten en hoornschilden zit een dunne laag lederhuid, die ook zenuwen bevat. Een schildpad zal geïrriteerd reageren als hij hier aangeraakt wordt. Het schild bestaat uit het platte buikschild aan de onderzijde en het –meestal – bolle rugschild.

Zintuigen Schildpadden

Schildpadden kunnen van dichtbij vrij goed zien, toch maken ze voor voedselopsporing gebruik van hun reukvermogen. De neusgaten van water schildpadden, zijn geplaatst op de punt van zijn kop. Hierdoor kunnen ze ademhalen, ook als ze zowat met hun hele lichaam onder water liggen.

Behalve qua grootte, lijken alle soorten schildpadden veel op elkaar. De Noord-Amerikaanse moerasschildpad is met een schildlengte van maximaal 12 cm, één van de kleinste. De reuzenweekschildpad (115 cm, 120 kg) en de lederschildpad (186 cm, 680 kg) zijn één van de grootste soorten. Landschildpadden leven voornamelijk in warmere gebieden, hij is de grootste soort schildpad die nu nog leeft. Miljoenen jaren geleden leefden er veel grotere soorten. Van alle schildpadden zien de weekschildpadden uit Afrika, Azië en Noord-Amerika er het vreemdst uit. Ze hebben scherpe klauwen, geen zwemvliezen en zijn bijna rond. Ze hebben een lange snuit en een smalle kop. Hij heeft geen schubben op zijn schild. Hij wordt beschermd tegen roofvogels door zijn beenpanster van een lederachtige huid. Het grootste deel van hun tijd brengen ze door in het water zoals poelen, meren, moerassen en rivieren. Alleen voor eieren leggen, komen ze aan land.

Geschiedenis

Nog voor er dinosauriërs rondliepen, waren er al schildpadden op aarde. De voorouder van de moderne soorten leefde al zo’n 210 miljoen jaar geleden, waardoor de eerste schildpadden waarschijnlijk nog veel ouder zijn.

Wetenschappers ontdekten pas kort geleden dat het fossiel van de Eunotosaurus het beginstadium van het schild van de moderne schildpad liet zien. Als deze uitgestorven soort inderdaad een schildpad was, dan geeft dat aan dat het schild van de schildpad al zo’n 260 miljoen jaar geleden begon te evolueren.

Bekende schildpadden die inmiddels zijn uitgestorven, zijn de tot de verbeelding sprekende Protostega die wel drie meter lang kon worden en de nóg indrukwekkender Archelon die een lengte van maar liefst 4 meter wist te bereiken. Beide soorten leefden tijdens het late Krijt tijdperk, meer dan 60 miljoen jaar geleden.

Voorplanting schildpadden

Schildpadden kennen een inwendige bevruchting, waarna alle soorten eieren leggen. Tijdens de paringsperiode ‘vechten’ de mannetjes om de vrouwtjes door tegen elkaar aan te beuken. Ook kennen ze een baltsperiode, waarbij mannetjes indruk maken op de vrouwtjes. Ze waaieren bijvoorbeeld met hun lange nagels of lopen achter ze aan. Soms bijten de mannetjes de vrouwtjes tijdens de paring. Dit heeft een reden: het vrouwtje zal haar kop terugtrekken, waardoor de cloaca meer naar buiten komt.

De eieren worden vrijwel altijd gelegd in een ondiepe kuil, meestal in een zanderige bodem. Na het afzetten van de eieren bedekt het vrouwtje ze met een laagje zand. Zeeschildpadden keren ieder jaar terug naar dezelfde zandstranden om hun eieren af te zetten. Ook de tijd van het jaar is ieder jaar hetzelfde, waardoor vrij goed te voorspellen is wanneer ze aan land komen.

Bij veel soorten komen de eitjes tegelijkertijd uit om zo de kansen van de jonge schildpadden te vergroten. Roofdieren zoals vogels zijn namelijk gek op de jonge schildpadden die nog erg kwetsbaar zijn. Vooral bij zeeschildpadden is hun eerste tocht over het strand naar de zee om deze reden een gevaarlijke onderneming.

Zomer- en winterslaap schildpad

Moeras- en landschildpadden houden meestal een paar maanden per jaar winterslaap, ze leven in koude gebieden.. Door een hol te graven, of bij een milde winter, door zich onder bladeren te begraven, overwinteren landschildpadden. Moerasschildpadden houden winterslaap in de modder in bijvoorbeeld de waterkant. De koude temperatuur zorgt ervoor dat hun hartslag en bloeddruk omlaaggaan. Er is dan weinig zuurstof nodig om te overleven. Schildpadden die in de woestijn leven, houden vaak een zomerslaap in de heetste maanden. Zeeschildpadden houden vaak geen winterslaap omdat het water waarin ze leven bijna nooit te koud wordt.

Voedsel

Schildpadden eten zowel dierlijk als plantaardig voedsel. Sommige jonge schildpadden beginnen als omnivoor vanwege de vele eiwitten die dierlijk voedsel bevatten. Deze hebben ze onder andere nodig voor de groei van hun schild. Veel landschildpadden stappen later echter over op een vegetarisch menu van planten, zaden, vruchten, wortels en grassen.

De meeste schildpadden zijn omnivoor. Zij vullen hun plantaardig menu aan met insecten, wormen, slakken, kleine amfibieën en kleine kreeftsoorten. De grotere zeeschildpadden eten ook kwallen of sponsdieren. Toch zijn schildpadden niet echt roofzuchtig. Een uitzondering daarop is hooguit de bijtschildpad, die soms watervogels vangt.

Lederschildpad

De grootste schildpad die momenteel leeft is de lederschildpad. Hij weegt ongeveer 360 kilo en zijn schild kan wel ruim twee meter lang worden. Lederschildpadden leven in de zee en is de enige in zee levende schildpad die niet tot de zeeschildpaddengroep hoort. Hij eet graag kwallen en leeft in (sub)tropische zeeën wereldwijd. Ze leggen grote afstanden af tussen hun leef- en broedgebieden. Lederschildpadden danken hun naam aan de op leer lijkende huid, die op de beenplaten ligt.