Roofdieren (Carnivora)

De roofdieren vallen onder het dierenrijk onder de klasse zoogdieren en daarboven de Choradieren. Carnivora is een ander woord voor roofdieren en betekent in het Latijns “vleeseters’’. Roofdieren bemachtigen vlees doordat ze achter hun prooi aanjagen. Maar roofdieren kunnen een prooi ook afpakken van andere roofdieren of ze verkrijgen hun prooi als aas. De meeste roofdieren eten niet alleen vlees, maar hebben ook plantaardig voedsel en andere voedselbronnen op hun menu staan. De katachtigen hebben zich het meeste van alle roofdieren aangepast aan een vleesetend dieet, dit is ook te zien aan hun gebit. Terwijl de bepaalde soorten beren in tegenstelling tot katachtigen, alleseters zijn. Roofdieren verschillen erg in gewicht van elkaar. Zo weegt een kleine wezel ongeveer 35 gram terwijl de zuidelijke zeeolifant wel vijf ton zwaar kan worden. Maar ze behoren wel tot de roofdieren. Roofdieren zijn in twee groepen te verdelen, namelijk: Caniformia en Feliformia.

Caniformia en Feliformia: Bij de orde van caniformia behoren de hondachtigen en hun verwanten, zoals de beren, marterachtigen, wasberen en zeeroofdieren. Tot de orde van feliformia behoren de katachtigen, hyena’s, mangoesten en civetkatten.

Categorieën roofdieren

Roofdieren zijn in twee verschillende categorieën te verdelen, namelijk;

  • Land roofdieren
  • Zee roofdieren

Land roofdieren

Land roofdieren vormen een groep van een aantal roofdierfamilies, waarvan de meeste voor de hand liggende kenmerk, de aanwezigheid van poten is. De grootste roofdier wat op het land leeft, is de Afrikaanse olifant. Land roofdieren bestaan uit de volgende families.

Hondachtigen: Bestaat uit ongeveer 35 soorten, waaronder de vossen, jakhalzen en wolven. Er leven hiervan zes soorten in het wild in Europa; de gewone jakhals, wolf, vos, poolvos, steppevos en wasbeerhond.Kleine beren: kleine beren hebben een middelgroot lichaam, zijn slank gebouwd met een lange staart. Leeft sinds de vorige eeuw ook in Europa omdat enkele soorten zijn ontsnapt uit een pelsfokkerij.

Kleine panda’s: de kleine panda wordt ook wel katbeer of rode panda genoemd en eten voornamelijk bamboe. Helaas worden deze dieren bedreigd.

Beren: beren zijn over het algemeen alleseters, met een voorkeur voor plantaardig voedsel. Alleen de reuzenpanda eet uitsluitend bamboe en de ijsbeer eet het liefste zeehonden en vis. De ijsbeer zul je ook zelden plantaardig voedsel zien eten.

Marterachtigen: deze grote familie is verspreid over de hele wereld en bestaat uit ongeveer 70 verschillende soorten. De meeste soorten kunnen sterkte geur produceren om vijanden en andere indringers op afstand te houden.

Stinkdieren: stinkdieren leven meestal en in de nacht en hebben hun naam te danken aan de manier waarop ze zich verdedigen bij gevaar. Deze dieren kunnen namelijk een enorm stinkend vloeistof over hun vijanden heen spuiten.

Katachtigen: deze roofdieren komen van nature bijna op alle continenten voor behalve op Australië en Antarctica. De meeste soorten leven solitair , behalve de leeuw. De leeuw leeft in grote groepen.

Civetkatten: civetkatten zijn kleine en slanke dieren die voorkomen in Zuidoost Azië. Qua uiterlijk lijken ze op een kat, maar hun snuit is daarentegen wat langer en puntiger.

Pardelroller: deze dieren zijn boombewoners die in het regenwoud van Afrika leven. Het zijn erg lenige dieren, ze kunnen op de kop naar beneden klimmen vanuit een boom, en springen ook van aanzienlijke hoogtes naar beneden.

Madagaskarcivetkatten: deze roofdieren zijn de enige roofdieren die voorkomen op Madagaskar. De madagaskarcivetkatten hebben zich aangepast aan de verschillende leefwijzen.

Mangoesten: Deze dieren staan erom bekend dat ze giftige slangen, zoals de cobra, kunnen doden. Verder eten ze graag; insecten, krabben, wormen, hagedissen en andere kleine dieren. Ook staan eieren en fruit soms op het menu van de mangoesten.

Hyena’s: deze dieren zijn afkomstig uit Afrika en Azië. Hoewel hyena’s eruit zien als honden, stammen ze eerder af van katachtigen, civetkatachtigen, pardelroller, madagaskarcivetkatten en mangoesten.

Zee roofdieren

Deze roofdieren zijn volledig aangepast aan het jagen in het water. De voor- en achterpoten (vinpoten) kunnen gebruikt worden in het water, maar ze kunnen er ook op lopen. Op het land zullen ze zich wat onhandig voortbewegen, terwijl ze in het water uitstekende snelle zwemmers zijn. Deze dieren hebben een vetlaag die ze beschermt tegen het koude water. Het grootse zoogdier in het water is de blauwe vinvis.

Zee roofdieren bestaan uit de volgende families:

  • Oorrobben
  • Zeehonden
  • Walrussen

Oorrobben: deze dieren zijn zeeroofdieren en vangen hun voedsel in het water. Hun jongen werpen de oorrobben op het land. De bekendste soort is de Californische zeeleeuw.

Zeehonden: zeehonden hebben korte stugge haren als vacht en hebben nauwelijks een ondervacht. Om zich warm te houden hebben deze dieren een dikke speklaag. De meeste soorten zeehonden hebben een gevlekte vacht.

Walrussen: walrussen leven in koude zeeën van het noordelijk halfrond. De slagtanden zijn het opvallendste kenmerk aan deze dieren. Deze slagtanden kunnen 50 centimeter tot een meter worden.

Zoogdieren

Hoe weet je of een roofdier een zoogdier is? Aan de hand van deze zes kenmerken kun je vaststellen of een bepaalde roofdiersoort inderdaad een zoogdier is.

De zes kenmerken van een zoogdier:

1. Alle zoogdieren worden levend geboren. Dit betekent dat ze uit hun moeder worden geboren.

2. Na de geboorte zullen de jongen gaan zogen bij hun moeder. Het zogen van de jongen betekend dat de jongen melk krijgen van hun moeder. Zo komt de zoogdier ook aan de naam.

3. Alle zoogdieren hebben longen om te kunnen ademen.

4. Zoogdieren hebben een vacht. Dit kan uiteenlopen van een dikke volle vacht tot bijna geen haar. En er zijn roofdieren die hebben ooit echt haar gehad. De walvis, bruinvis en de dolfijn zijn zeezoogdieren. Omdat deze dieren geen haar hebben lijken ze niet aan deze kenmerken te kunnen voldoen. Toch zijn het wel zoogdieren, want bij de geboorte hebben deze zeezoogdieren enkele snorharen die na ongeveer 14 dagen verdwijnen.

5. Zoogdieren zijn gewervelde dieren. Dit betekend dat de dieren een skelet hebben die ervoor zorgt dat goed overeind kunnen blijven staan.

6. Zoogdieren kunnen zweten en hebben dus zweetklieren. Ze kunnen zweten via hun bek, voetzolen of de huid.

Welke roofdieren leven in Nederland?

In Nederland zul je in het wild niet snel een roofdier tegenkomen, want ze leiden een schuw en verborgen bestaan. In Nederland is de vos het bekendste roofdier en de das is het grootst van allemaal. Wezels zijn de kleinste roofdiertjes. De meeste roofdieren die in Nederland voorkomen zijn dan ook marterachtigen, deze zijn te verdelen in vier soorten:

  • De das
  • Steenmarter
  • Boommarter
  • Bunzing

De marters jagen in het territorium op hun prooien, en speuren ze op door te gaan zoeken in holtes, nissen en holen. De das is echt een alleseter en vrijwel altijd op zoek naar voedsel. De das heeft sterke poten met grote klauwen, hiermee kan het dier uitstekend graven naar prooien. Konijnen, egels en muizen staan vaak op het menu van de das. Deze dieren vertonen zich niet graag in de buurt van de mens. De das komt voor in de volgende provincies van Nederland: Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg. Steenmarters voelen zich op de meeste plaatsen wel thuis en ze zullen zich op verschillende plaatsen verschuilen. De steenmarter wordt het meeste gezien in Limburg en op de Veluwe. Op de Veluwe wordt ook de boommarter het meest gezien, dit zijn schuwe en zeldzame dieren. Bunzingen zijn in tegenstelling tot de steenmarters en boommarters, een grondbewoner. Als bunzingen aangevallen worden, zullen ze een zeer stinkende stof verspreiden wat “muskus” wordt genoemd. Hiermee houden ze vijanden en indringers op afstand. Hermelijnen en wezeltjes zijn een stuk kleiner dan de marters. De vacht van deze dieren is roodbruin met een witte buik. De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes.

Vossen komen in Nederland overal voor, en worden vaak gezien in landbouwgebieden en natuurgebieden. Maar ook in dorpen en steden worden deze dieren gezien. Vossen zijn echte alleseters. Ze graven holen die een burcht wordt genoemd. Deze roofdieren leven samen in een grote groep, waar moeders en dochters vaak ook in hetzelfde gebied leven. Samen hebben de groep vossen één grote territorium waar ze leven en jagen. Aan het hoofd van een groep vossen staan een mannetje, dit mannetje wordt een “rekel” genoemd. Helaas worden vossen bedreigt door de mens, die steeds meer leefgebied van de vos gebruikt om te gaan bouwen. Hierdoor kan de vos steeds minder voedsel vinden. Sinds een tijdje is er in Nederland ook sprake dat de wolf steeds meer wordt gezien. Het schijnt dat deze dieren hun intrek op de Veluwe hebben genomen. Het lijkt erop dat deze dieren vanuit Duitsland komen en de grens zijn overgestoken naar Nederland. Wolven zijn erg schuwe dieren en zullen zich gaan verstoppen als ze een mensen zien, horen of ruiken.

Uiterlijke kenmerken

Qua uiterlijk lijken de roofdieren niet allemaal op elkaar, maar er zijn wel enkele overeenkomsten wat ze samen hebben. Roofdieren hebben van nature een zeer goed gehoor, hiermee kunnen ze van verre vijanden kunnen horen aankomen, of een prooi die zich dicht in de buurt bevind. Het gebit van roofdieren is voorzien van zeer scherpe hoektanden die een beetje naar binnen lijken te staan, maar dit is nodig om een prooi goed vast te kunnen houden. Er zijn ook roofdieren die scheurkiezen hebben, hiermee kunnen ze hun prooi aan stukken scheuren. Over het algemeen zijn roofdieren vleeseters, maar er zijn ook diersoorten die plantaardig voedsel eten en diverse soorten vruchten. Om op voedsel te jagen is er snelheid nodig, en deze eigenschap hebben roofdieren. Maar ook sluwheid om een prooi te kunnen vangen op het juiste moment. De wolf jaagt zijn prooi op, om vervolgens het dier achterna te rennen en het te pakken te nemen. Leeuwen zijn echte sluipjagers en zullen hun prooi besluipen om het ineens te kunnen bespringen. Roofdieren die voornamelijk planteneters en alleseters zijn, zullen in hun gedrag wat langzamer zijn dan de vleeseters.

Grootste roofdier ter wereld

De potvis is het grootste roofdier die bekend is in de dierenwereld. Mannetjes kunnen wel 18 meter lang worden en vrouwtjes kunnen een lengte halen van 11 meter. Ze kunnen een gewicht behalen van wel 50 ton! Het lichaam van deze enorme dieren is donkergrijs, in het licht van de zon kan het lichaam er ook bruin uitzien. Het gebit van de potvis bestaat uit 20 tot 26 kegelvormige tanden die zichtbaar zijn in de onderkaak. In de bovenkaak zitten tanden die niet zichtbaar zijn, maar ook niet door zullen komen. Deze functie is overigens onbekend bij deze dieren. De potvis heeft een merkwaardige vorm van zijn hoofd, dit wordt veroorzaakt door het spermaceti-orgaan in het voorhoofd. Hier zit zo’n 3000 liter wasachtig materiaal in, wat walschot bevat. Dit bijzonder orgaan helpt een potvis bij het duiken in het water en het omhoogkomen. Als het kouder wordt, krimpt het walschot. Indien het warmer wordt, gebeurd het tegenovergestelde, het was wordt dan zacht en zet vervolgens uit. De temperatuur van de walschot wordt bepaald aan de hand van de doorbloeding, indien de bloedvaten open staan gaat de temperatuur stijgen. Potvissen hebben de grootste hersenen van alle dieren, de hersenen kunnen namelijk een gewicht bereiken van gemiddeld 7,8 kilo. De grote kop van deze dieren kunnen 25% tot 35% van de totale lichaamslengte in beslag nemen. Potvissen komen voor in alle wereldzeeën. Het komt nog wel eens voor dat een potvis strandt in de Noordzee, dit komt voornamelijk omdat de dieren niet gewend zijn aan de zandbanken in zee. Vervolgens raken de arme dieren gedesoriënteerd en kunnen dan geen voedsel meer vinden. De dieren raken verzwakt uiteindelijk zullen ze sterven op zee