De panda is een bekende diersoort die door zijn opvallende zwart-witte uiterlijk en langdurig bedreigde situatie symbool staat voor bedreigde dieren in het algemeen. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) nam de panda zelfs als logo voor hun organisatie. Reuzenpanda’s leven in China, in reservaten met veel bamboebossen. Ze komen voor in de Chinese provincies Sichuan, Shaanxi en Gansu.

Kenmerken

Reuzenpanda’s hebben een witte tot lichtgele kleur en een dikke, waterdichte vacht. Panda’s leven in redelijk koude en vochtige streken, de vacht beschermt hem tegen de kille omstandigheden. De huid van de reuzenpanda is zwart, net als de poten en ronde oren. Rondom de ogen hebben ze zwarte kringen waardoor deze groter lijken. Ter hoogte van de schouders loopt een zwarte band. Nog een opvallend kenmerk van de reuzenpanda: ze hebben zes tenen in plaats van vijf!

Een volwassen panda wordt 1,2 tot 1,8 meter lang. Ze wegen tussen de 60 en 125 kilo, in gevangenschap kunnen ze wel 180 kilo worden.

Voedsel

Panda’s worden niet voor niets bamboebeer genoemd. Het dier eet voornamelijk bamboe. Af en toe smikkelt hij ook ander plantaardig voedsel weg. Maar toch is hij niet 100% herbivoor. Een stukje vlees op zijn tijd slaat een panda niet af. Dit komt door de voorouders van de panda, die waren vleeseters. Reuzenpanda’s behoren dan ook nog steeds tot de orde van roofdieren (Carnivora). Sterker nog: het lichaam van de panda is nog helemaal niet goed aangepast aan het plantaardige voedsel.

Voortplanting

De reuzenpanda plant zich traag voort. De vrouwtjes zijn maar een paar dagen per jaar vruchtbaar en de mannetjes hebben een laag libido. Bovendien grenzen leefgebieden niet altijd aan elkaar, waardoor wilde panda’s elkaar lastig kunnen vinden in de paringstijd.

Als de paring succesvol is, krijgt een reuzenpanda na 5 maanden draagtijd één jong. Soms wordt een tweeling geboren zoals in een Belgisch dierenpark gebeurde in 2019. De pasgeboren panda weegt slechts 100 gram, maar wordt dankzij de melk van zijn moeder al snel groter. Panda’s zijn zoogdieren die bijna een jaar lang bij hun moeder drinken, waarna ze volledig overstappen op bamboe. De jongen blijven anderhalf tot twee jaar bij hun moeder.