Pinguïns

Veel mensen twijfelen of de pinguïns onder de zoogdieren of onder de vogels vallen. Een pinguïn is een zeevogel die niet kan vliegen. Een vogel kan herkend worden aan het feit dat hij veren heeft. Daarnaast legt een pinguïn eieren, waaruit laat blijken dat een pinguïn een zoogdier kan zijn. De pinguïns staan ook bekend als vetganzen.

Mensen denken dat pinguïns kunnen vliegen. Helaas voor de pinguïns is dit niet zo. Ze behoren namelijk tot de orde van niet-vliegende zeevogels. Toch hebben de pinguïns hun vleugels heel hard nodig. Ze gebruiken hun vleugels vooral om super snel door het water heen te kunnen jagen op hun prooi. De prooi van een pinguïn bestaat uit vis, kreeftachtigen en inktvis. Om deze te kunnen vangen heeft de pinguïn ook zeker wel snelheid nodig.

Natuurlijk kunnen pinguïns ook uitstekend op het land leven. Op het land loopt de pinguïn netjes rechtop met een herkenbaar ‘waggeltje’ waar de pinguïns om bekend staan. Zodra de pinguïns op het lang komen gaan ze op zoek naar een nieuwe broedplek om een nieuw verenpak te krijgen.

Pinguïns lopen bijna nooit alleen maar meestal in grote groepen. Nou ja, lopen is niet te zeggen. Ze waggelen heen en weer. Ze komen daarom ook niet snel vooruit. Maar daar kunnen ze niets aan doen dat komt doordat het heupgewricht van een pinguïn een stuk lager zit waardoor ze op hun hurken lopen. Vandaar dat pinguïns altijd waggelen. Ze lopen in grote groepen om elkaar te kunnen waarschuwen of elkaar te kunnen helpen op het moment dat er gevaar dreigt te zijn.

Het leefgebied van de meeste pinguïns bestaat uit het gebied op en rond om de zuidpool. Daarnaast zijn er ook nog een paar soorten die het liefst de noordelijke kant opzoeken. Hun zoeken de plekken op waar de koudste stromingen richting de evenaar gaan. Een veelvoorkomend misverstand is dat pinguïns alleen op Antarctica zouden voorkomen. Ze komen niet voor op de Noordpool, maar wel in Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Pinguïns maken heel veel verschillende soorten geluiden. De Afrikaanse pinguïns maken een balkend geluid dat klinkt als het balken van een ezel. Pinguïns herkennen elkaar vooral aan het stemgeluid en vinden elkaar hiermee ook terug. Elke pinguïn heeft een eigen unieke zang. Dit is erg handig want de pinguïns leven in kolonies van soms wel duizenden soortgenoten. Wanneer de pinguïns elkaar kwijt zijn kunnen ze elkaar terugvinden door de zang. Zo waarschuwen ze elkaar voor gevaar of voor vijanden die in aantocht zijn.

Vliegen door het water

Een pinguïn kan als een van de beste zich door het water bewegen. Hun lichaam is hier echt uitermate geschikt voor. Doordat hun lichaam zo gestroomlijnd is kunnen ze zich super snel overal tussen door bewegen. Door het waterdichte verenpak en de vetlaag onder hun huis is ideaal voor de isolatie van de warmte voor hun lichaam. Daarnaast is dit ook ideaal voor het stroomlijnen van het lichaam. Omdat de pinguïns zo goed gestroomlijnd zijn, zijn ze kampioen in duiken en zwemmen. Als de pinguïns aan het jagen zijn, trekken ze hun kop tussen hun schouders in om een geheel nog gestroomlijnder effect te creëren. Vanwege deze beweging lijken in het water op dolfijnen of walvissen.

Aan de vleugels van de pinguïns kun je heel duidelijk zien dat de pinguïns niet gebouwd zijn om te vliegen. De vleugelbotten van de pinguïns zijn aan elkaar gegroeid. Dit geeft als resultaat dat de vleugels van de pinguïns stevig en stijf worden. Op deze manier lijken de vleugels van een pinguïn dus veel meer op vinnen die met een soort van vliegbeweging door het water heen gaat. Om deze reden kunnen pinguïns dus ook niet goed vliegen. Dit is ook de reden dat ze sneller in het water zijn dan op het land. Als ze op land lopen komen ze, maar heel langzaam vooruit. Op het moment dat ze in het wat gaan gaat het allemaal een stuk makkelijker voor hun.

Pinguïns moeten natuurlijk net als ieder ander dier ook genoeg slapen. Een pinguïn heeft ook slaap nodig en moet dus rust pakken. Er zijn mensen die geloven dat pinguïns in het water slapen. Dit lijkt misschien heel erg leuk, maar pinguïns slapen op het land. Als een pinguïn slaapt op het land kun je dat herkennen aan als ze de kop tussen of onder hun vleugel hebben of ze slapen op de grond. Ze slapen meestal korte periodes, omdat ze ook bedacht moeten zijn voor gevaar. Vooral als ze kuikens hebben slapen de pinguïns hele korte periodes en om en om, zodat als er gevaar dreigt dit altijd gesignaleerd wordt door een van de beide ouders.

Het leefgebied van de pinguïns

Zoals leven de meeste pinguïns in of rondom de zuidpool. De pinguïns leven altijd in de buurt van de kust. Door de dikke vetlaag vlak onder de huid hebben pinguïns het niet snel koud, daarom kunnen ze ook in alle rust in het koude klimaat op de zuidpool leven. Maar in tegenstelling tot iedereens verwacht raakt een pinguïn eerder oververhit dan onderkoeld door zijn vetlaag. Hierdoor is pinguïn niet geschikt voor de warme wateren, daarnaast leven hier ook veel haaien en vissen voor wie de pinguïn een makkelijke prooi zou zijn. De kuikens van een pinguïn moeten daarentegen wel altijd warm geworden houden door een van de ouders. Op het moment dat dit niet gebeurt, zou het kuiken aan onderkoeling overlijden. Pas na meerderen weken of zelfs maanden kunnen de kuikens zichzelf op lichaamstemperatuur houden en kunnen de ouders hun rustig laten rondlopen. Dit is ook de reden dat de kuikens tussen de benen van hun ouder zit. Dit houdt ze warm.

Verschillende mensen hebben al geprobeerd om het gebied waar de pinguïns in leven uit te breiden. Er zijn verschillende soorten gevangen en uit gezet in het Noorden van Noorwegen als experiment. Helaas na alle moeite wat de mensen er ingestoken hebben, zijn de experimenten toch mislukt. In verband met het broeikaseffect op de zuidpool hadden ze gehoopt hiermee voor de pinguïns een groter leefgebied te creëren en het ras voor uitsterven te behoeden. Op deze manier zouden alle pinguïn soorten stand kunnen houden, maar helaas zijn we nog niet zo ver dat dit mogelijk is. Verschillende mensen zijn op dit moment bezig met nieuwe plannen opzetten om de bedreigde soorten te redden.

Wat eet de pinguïn?

Pinguïns zijn carnivoren, dit houdt in dat ze alleen maar vlees eten. Zo heb je ook nog herbivoren en omnivoren. Herbivoren zijn planteneters en omnivoren zijn alles eters, net zoals de meeste mensen. Ze vangen hun voedsel onder water. Bij een pinguïn is het vrij gemakkelijk te zien wat zijn favoriete voedsel is. De snavel van de koning- en keizerpinguïn is perfect voor het vangen van pijlinktvis. De koning- en keizerpinguïn heeft een lange en tangvormige snavel. De wat kleinere soorten pinguïns hebben korte en stompe snavels voor het vangen van kleine soorten vis en krill.

De pinguïns hebben stekels op zijn tong waarmee hij zijn prooi vasthoudt. Pinguïns kunnen super veel eten, soms wel meer dan zijn eigen gewicht van gemiddeld kilo. De pinguïn kan daarentegen wel een tijdje zonder eten. Als de pinguïns bijvoorbeeld in de rui zijn en niet kunnen jagen zitten ze een tijdje zonder hun voeding. Hierom hebben de pinguïns een goede vetlaag opgebouwd voor meerdere redenen. Ze zijn beter gestroomlijnd en ze kunnen in de rui gelukkig gewoon overleven zonder hun voedselbron.

Paren, broeden en het kuiken verzorgen

De pinguïns gaan net als iedere andere dier aan het einde van de lente beginnen met paren. De pinguïns komen bij elkaar in de broedkolonies om te kunnen paren en hier hun eieren veilig te leggen, omdat vogeleieren niet in de zee kunnen gelegd. De meeste soorten pinguïns broeden één keer per jaar en brengen in de kolonie ook hun jongen groot. Voor de meeste pinguïns geld dat het bebroeden maar een paar weken geld, maar een keizerspinguïn is de hele winter bezig met he bebroeden van hun eieren.

De meeste pinguïnsoorten maken hun nest in gaten of holen om zich zo tegen de zon te beschermen. Ze verbeteren dit met takjes en restjes of bouwen een nest van stenen die ze in de buurt vinden. Alleen de grootste soorten maken geen nest maar broeden het enige ei uit op hun poten onder een beschermende huidplooi van de buik. Bij de keizerpinguïn broedt alleen het mannetje het ei uit, tijdens de ijzige zuidelijke winter bij temperaturen van -70 en kouder, terwijl het vrouwtje naar zee teruggaat om te eten. Op deze manier wisselen ze tussen taak, zodat beide ouders genoeg te eten krijgen.

Pinguïns hebben maar een klein ei, maar ze hebben wel een hele sterke schaal. De sterke schaal is ook echt nodig voor al hun vijanden die hun op de loer liggen. De eieren moeten dus constant bewaakt worden, net zoals alle kleine kuikentjes die geboren worden.

Een kuiken van een pinguïn is bedekt met fijne donsveertjes en de oogjes zitten nog dicht. De kuikens hebben een scherpe en korte stekel aan de snavel, hiermee kunnen ze zelf de schaal volledig openbreken. De stekel aan het einde van de snavel wordt ook wel een tand genoemd, deze valt nadat de schaal open is eruit. Op het moment dat ze uit hun ei zijn hebben ze direct honger. De ene ouder pinguïn gaat dan op zoek naar voedsel voor het kuiken en de ander houdt het kuiken warm. Een kuiken van slechts 1 kg kan tot meer dan de helft van zijn lichaamsgewicht aan voedsel opnemen. Alle pinguïns worden gevoed met een eiwitrijke brij uit de bek van hun ouders. Na ongeveer 50 dagen verlaat het kuiken het nest.

Verschillende soorten pinguïns

Er zijn vele verschillende soorten pinguïns. De pinguïns kunnen ook nog meerdere namen hebben. Dit maakt het helaas soms wat verwarrend voor de mensen. Zo wordt de kinbandpinguïn ook wel baardpinguïn of ringbandpinguïn genoemd. Daarnaast heeft hij nog een wetenschappelijke naam, namelijk de pygoscelis Antarctica.

De kinbandpinguïn

De kinbandpinguïn heeft veel natuurlijk vijanden, namelijk de orka, robben en het zeeluipaard. Hierdoor heeft deze pinguïn veel te voortduren. Ze leggen gemiddeld twee eieren in een nest. Het bestaat uit een rond platform, gemaakt van steentjes. Het midden van het platform is bekleed met veertjes, botjes en dergelijke.

De koningspinguïn

De koningspinguïn is een van de kleurrijkste van allemaal. Hij heeft een blauw verenkleed met gouden keelvlekken en een roomkleurige borst in combinatie met het zwart van de rest van zijn lichaam heeft hij ook echt een koninklijke uitstraling tegenover de anderen.

De keizerspinguïn

De koningspinguïn is redelijk lang als hij staat. Hij is 90 cm. Toch is hij niet de grootste pinguïn die er bestaat. De grootste pinguïn is manifest 110 cm lang en dat is de keizerpinguïn. De keizerpinguïn weegt dan ook nog eens tussen de 30 en 40 kilo. De keizerpinguïn kan wel tot 18 minuten onder water blijven zonder adem te halen. Keizerspinguïns eten schaal zoals krill, inktvissen, pijlinktvissen en vis.

De humboldtpinguïn

De humboldtpinguïn is een koloniebroeder en ze broeden altijd aan de kust. De soort is vernoemd naar de Duitse wetenschapper en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. De humboldtpinguïn is te herkennen aan het grijszwart met een zilverwitte buik, een zwarte band over de borst en een witte wenkbrauwstreep. Hij jaagt vooral in ondiep water. De humboldtpinguïn jaagt hier dan vooral op kleine scholenvissen, zoals ansjovissen en sardines.

De kuifpinguïn

De grote kuifpinguïn is een pinguïnsoort die voorkomt in Nieuw-Zeeland. De pinguïn is een bedreigde zeevogelsoort. Het is al vaker geprobeerd om de pinguïn op andere plekken voort te laten leven, maar dit is helaas tot nu toe niet gelukt. De kuifpinguïn wordt zo gemiddeld tussen de 63 en 68 cm lang en weegt tussen de 3,3 kilo en de 7 kilo. De kuifpinguïn is dus een middelgrote pinguïn. Hij is vooral te herkennen aan zijn bovenkant. De bovenkant van deze pinguïn, zijn rug, is namelijk zwart met een blauwe glans erdoorheen. Kuifpinguïns leggen twee eieren. Als kuiken kun je maar beter niet in het eerste zitten. Dat ei is namelijk een stuk kleiner dan het tweede en wordt na het leggen door de ouders linea recta het nest uit gekieperd.

De magelhaenpinguïn

De Magelhaenpinguïn is ook een redelijk grote pinguïn. Ze zijn gemiddeld 70 tot 76 cm lang en wegen 2,3 tot 7,8 kilo. De Magelhaenpinguïn lijkt veel op de humboldtpinguïn. Het is net als de humboldtpinguïn een pinguïn met een zwart en wit gekleurde zeevogel. Daarnaast hebben ze ook een doorlopende band rondom de buik en borst.

De dwergpinguïn

Dwergpinguïns zijn de kleinste soort pinguïns. De wetenschappelijke naam voor de dwergpinguïn is Eudyptula minor. De dwergpinguïn zijn daarnaast ook nog eens witvleugel pinguïns. Ze zijn aar 35 cm lang en leven langs de kust van Nieuw-Zeeland en Australië. Ze wegen maar tussen de één en twee kilo.