Peruaanse doodshoofdaapje ((Saimiri)

Het Peruaans doodshoofdaapje is een ondersoort van de Boliviaanse doodshoofdaapjes. Het verschil is te zien aan de iets andere vorm van de witte vlekken rondom de ogen en de lichtere vacht. Aan deze vlekken heeft dit zoogdier zijn naam te danken: de tekening in het gezicht doet denken aan een schedel.

Kenmerken Peruaans Doodshoofdaapje

Zoals gezegd is de tekening in het gezicht het belangrijkste kenmerk van de doodshoofdaapjes. Ook hebben ze een soort zwart ‘petje’ op hun hoofd waar ze aan te herkennen zijn. Verder hebben ze een behoorlijk lange staart met een grote kwast aan het einde. Een volwassen doodshoofdaapje weegt tussen de 700 en 950 gram.

Leefwijze

Het Peruaans doodshoofdaapje leeft hoog in de bomen in de tropische regenwouden en mangrovebossen van Midden- en Zuid-Amerika. Ze komen zelden aan de grond en als ze dat wel doen, houden ze door middel van tjilpende geluiden contact met de groepsgenoten in de bomen. De apen leven in grote groepen van twintig tot wel honderden apen bij elkaar. Binnen die groep vormen zich weer subgroepen. Zo leven de mannetjes aan de rand van de groep en staan ze alleen tijdens het paarseizoen in het  centrum van de belangstelling. Vrouwtjes van dezelfde familie zoeken elkaar binnen de groep ook veelvuldig op. Ze eten en slapen samen en trekken gedurende dag veel naar elkaar toe. Binnen de verschillende subgroepen is een duidelijke rangorde, waarbij één dominant vrouwtje de baas is.

Voedsel

Peruaanse doodshoofdaapjes zijn omnivoren. Ze leven van insecten, zaden, noten, bloemen en vruchten. Soms eten ze kleine gewervelden zoals kikkers. Zwangere vrouwtjes eten vooral veel dierlijke eiwitten in de vorm van insecten.

Voortplanting

Tijdens de paartijd, van november tot en met januari, slaan de mannetjes vet en vocht op waardoor ze zwaarder worden en er een stuk groter en imposanter uitzien. Ook scheiden ze een andere geur af die de vrouwtjes erg aantrekkelijk vinden. Een paar weken  lang worden ze dan toegelaten tot de groep. Na de paartijd holt hun status weer naar beneden en worden ze weer verbannen naar de randen van de groep: het opvoeden en verzorgen van de pasgeboren aapjes doen de vrouwtjes alleen.

Geuren

Niet alleen in de paartijd geven Peruaanse doodshoofdaapjes geuren af. Ze hebben op verschillende plaatsen van hun lichaam geurklieren waarmee ze tegen bomen en takken wrijven. Zo communiceren ze met elkaar. Ze doen ook aan ‘urinewassen’: ze  smeren hun handen en voeten in met urine waardoor die geur achterblijft op alle takken en bladeren die ze aanraken.