Muisachtigen (Muridae)

Veel van de knaagdieren behoren tot de familie "muisachtigen". De muisachtigen zijn knagers en bestaan uit verschillende soorten, zoals muizen, hamsters, ratten en lemmingen. Een kwart van de zoogdieren is een muisachtigen en komen over de hele wereld voor. De muisachtigen zijn er in allerlei soorten en verschillen toch redelijk veel van elkaar. Ook hebben ze zeer diverse leefgebieden en zijn daar ook goed aangepast aan het leefgebied. De Muroidea is grote superfamilie binnen de knaagdieren (Rodentia). Het zijn veelal kleine knaagdieren waarvan hamsters, gerbils, ratten, muizen en lemmingen bekende soorten zijn.

De ratten, muizen en gerbils (ook wel woestijnratten genoemd) vallen weer binnen de familie muisachtigen (Muridae), een zeer succesvolle groep zoogdieren dankzij hun grote verspreiding en goede aanpassingsvermogen. Oorspronkelijk kwam een groot gedeelte van de ratten en muizen alleen voor in de ‘Oude Wereld’, de gebieden die in Europa bekend waren vóór de grote ontdekkingsreizen. Maar toen die reizen eenmaal op gang kwamen, reisden de knaagdieren vrolijk mee en daardoor komen ze nu overal ter wereld voor.

De bekendste soorten muisachtigen zijn:

  • De huismuis
  • De zwarte en de bruine rat
  • De Mongoolse gerbil (of woestijnrat)

Soms worden de overige knaagdieren uit de superfamilie Muroidea – zoals hamsters en lemmingen - geplaatst in de groep Muridae (muisachtigen). Dit komt onder andere doordat de grote variaties én overeenkomsten in de families het lastig maken om de soorten in te delen. Wetenschappers doen nog steeds onderzoek naar (onder andere) genetische afkomst bij veel onderordes van de knaagdieren. Alle ondersoorten van de Muroidea bij elkaar vormen ongeveer een kwart (!) van alle zoogdieren.

Kenmerken

Een belangrijk kenmerk van de muisachtigen is hun grote aanpassingsvermogen. Ze zijn niet veeleisend in hun eten en leefomgeving en weten zich daardoor op vele terreinen te handhaven. Ze hebben een uitstekende neus en een hoge intelligentie waardoor hun overlevingskansen groot zijn. Daarnaast zijn muisachtigen in staat zich snel voort te planten, waardoor hun populaties flink groot kunnen worden.

Er zijn veel variëteiten binnen deze familie en het onderscheid tussen de families en soorten is vaak gebaseerd op het gebit. Muisachtigen hebben grote voortanden en alle Muroidea hebben hoogstens drie kiezen in elke kaak. De voortanden slijten door het vele knagen, maar groeien vanzelf weer aan. Als een muisachtige niet kan knagen zullen zijn tanden uiteindelijk te lang worden om nog te kunnen eten.

De muisachtigen variëren erg in afmetingen en gewicht. Van de kleine dwergmuis (max. 11 gram) tot de bonte reuzenschorsrat (ruim 2 kilo): ze horen er allemaal bij.

Voedsel

De groeftandbosmuis is een echte insectivoor, muizen en ratten zijn alleseters maar hebben wel hun voorkeuren en gerbils houden van plantaardige voeding zoals granen, planten, vruchten en noten. Kortom: zoveel dieren, zoveel soorten voedsel eten ze.

Doordat muizen en ratten echte alleseters zijn, konden ze zich zo makkelijk aanpassen aan veranderende omstandigheden. Ze zijn niet afhankelijk van bepaalde inheemse planten en jagen ook niet uitsluitend op dieren die in andere landen niet voorkomen. Dankzij deze eigenschap komen ze voor in vrijwel alle gebieden ter wereld.

Voortplanting

Muisachtigen leven relatief kort, maar planten zich daarentegen razendsnel voort. Vooral muizen en ratten staan hierom bekend. De vrouwtjes zijn maar kort drachtig en een nest bestaat uit meerdere jongen. Bovendien zijn jonge muisachtigen al snel vruchtbaar en krijgen ze meerdere nestjes tijdens hun leven.

Door hun hoge reproductie én hun grote aanpassingsvermogen kunnen muizen en ratten al snel een plaag vormen. Soms brengen ze daardoor veel schade aan. Niet alleen in huizen en schuren, maar ook in de natuur en de biodiversiteit. Een enkele keer brengen ze ziektes over: in de middeleeuwen was de zwarte rat dé verspreider van de pest. Grote populaties worden daarom regelmatig bestreden.

Voor de tamme muisachtigen, die je als huisdier kunt houden, geldt dan ook altijd: zet niet zomaar twee exemplaren bij elkaar. Als het een mannetje en vrouwtje zijn, heb je zomaar een hok vol!