Kamelen of bactrische kameel (Camelus bactrianus) Kamelen zijn evenhoevige zoogdieren uit de familie van kameelachtigen (Camelidae) waar de dromedaris ook bij hoort. Ze komen voor in de drogere streken van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. De kameel wordt al duizenden jaren gebruikt door mensen als lastdier, wat betekent dat ze goederen en personen kunnen dragen over lange afstanden. Ze worden het schip van de woestijn genoemd omdat ze zo sterk en nuttig zijn. Je hebt de bactrische kameel (Camelus Bactrianus) die veelvuldig gehouden wordt en vaak in dierentuinen te zien is. Daarnaast is er nog de wilde kameel (Camelus Ferus) die ernstig in zijn voortbestaan bedreigd wordt. De bekendste uiterlijke kenmerk van de kameel is de bulten op zijn rug. De kameel heeft er twee op zijn rug zitten en de dromedaris één. De kameel stamt niet van de wilde kameel af, zoals altijd gedacht werd. De kameel is een soort die veel te zien is in dierentuinen, de wilde kameel daarentegen is een soort die ernstig bedreigd wordt. De wilde kameel komt nog voor in kleine populaties in steppen en woestijnen van China en Mongolië.

Kenmerken

Kamelen zijn extreem goed aangepast aan het droge klimaat waarin ze leven. Ze kunnen weken overleven zonder water en voedsel dankzij de vetreserves die ze opgeslagen hebben in de karakteristieke bulten op hun rug. Daarnaast zijn ze enorm sterk. Ze dragen tot wel 500 kilo over hele lange afstanden. Hun vacht is aangepast aan de bizarre omstandigheden in de woestijn waar het overdag verzengend heet is en het ’s avonds afkoelt tot onder het vriespunt. Hun dichte vacht houdt zowel kou als warmte  buiten. Als eerste valt natuurlijk de twee bulten van de kameel op. In deze bult zit vet opgeslagen, wat gebruikt kan worden als energiebron, indien er weinig voedsel te vinden is. Aan iedere poot van de kameel zit twee hoeven, oftewel tenen. De tenen van de kameel zijn verbonden met een huidplooi. Dankzij deze huidplooi en eeltkussens kunnen kamelen met gemak op zand lopen zonder erin weg te zakken. De eeltkussen bieden ook bescherming tegen het warme zand. De oren van de kameel zijn klein en de ogen bevatten een derde ooglid met lange wimpers. Deze lange wimpers zorgen ervoor dat de kameel geen zand in de ogen krijgt. Ook kunnen de neusgaten gesloten worden bij eventueel opstuivend zand.

Voedsel

Een kameel kan wekenlang zonder water, maar áls hij dan drinkt, dan drink hij ook veel. Zestig liter water wordt binnen een minuut opgedronken. Soms drinkt hij wel honderd liter achter elkaar op. In de twee bulten op zijn rug slaat de kameel zijn vetreserves op. Als hij deze niet hoeft aan te spreken, staan de bulten rechtop. Bij schaarste gaan ze naar een kant hangen. Een kameel is een planteneter, maar het zijn geen kieskeurige eters. Dat kan ook niet, als je soms wekenlang niets eetbaars vindt. Of een plant nou stekels heeft of bitter smaakt: een kameel eet het gewoon op. Zijn voorkeur gaat uit naar gras, dadels en graan. Ook groenten als wortels en bieten worden wel gegeven aan kamelen. In tegenstelling tot andere dieren kunnen kamelen goed tegen zout eten en hebben hier zelfs behoefte aan. Bovendien kunnen ze vuil water drinken waar andere dieren ernstig ziek van zouden worden.

Voortplanting

Aan kamelenhengsten is duidelijk te merken wanneer de voortplantingsperiode is begonnen. Ze worden erg agressief en kwijlen en plassen enorm veel. Daarnaast scheiden ze een stof uit via klieren op het achterhoofd. Kamelen kennen een lange draagtijd. Gemiddeld zijn de vrouwtjes zo’n 420 dagen zwanger. Dit is ongeveer 14 maanden. Pasgeboren kamelen hebben nog geen bult. Deze begint pas te groeien zodra de baby kameel vast voedsel gaat eten.

Het leefgebied van de kameel

Kamelen komen voor in de volgende gebieden:
  • Centraal Azië
  • Iran
  • Zuid-Rusland
  • Noord Kazachstan
  • Oekraïn
  • China