Hazen en konijnen (Leporidae)

Hazen en konijnen (Leporidae) zijn een familie binnen de orde haasachtigen. De familie komt oorspronkelijk in grote delen van de wereld voor, behalve in Australie en Nieuw-Zeeland. Door menselijk toedoen zijn hier toch in het wild beland waar ze inmiddels als plaag worden beschouwd.

De familie kent 10 nog bestaande geslachten en 58 soorten. Sommige van deze zoogdieren leven solitair of als paartje, anderen in kolonies. Ze komen in meerdere soorten leefgebieden voor. Van de zuidelijkste streken van Afrika tot de vulkanische berggebieden van Mexico. Konijnen worden regelmatig als huisdieren gehouden. Ze zijn in vele soorten, kleuren en maten te krijgen. In de Romeinse tijd gebeurde dit al, toen werden de konijnen in hokken gehouden voor hun vacht en het vlees. Hazen en konijnen hebben veel natuurlijke vijanden zoals roofvogels, vossen en katachtigen.

Kenmerken

Hazen en konijnen onderscheiden zich van de verwante fluithazen (pika’s) door hun lange oren en achterpoten. De lange oren vangen het geluid van naderende roofdieren op en dankzij de lange achterpoten kunnen ze razendsnel lopen en springen.

Lang werd gedacht dat hazen en konijnen knaagdieren waren. Dat dit niet zo is, blijkt onder andere uit de tanden. Haasachtigen hebben aan beide zijdes van het gebit twee snijtanden, knaagdieren maar een. Ook hebben hazen en konijnen haar op de poten voor meer grip, dit is bij knaagdieren niet het geval. Als prooidier zijn hazen en konijnen altijd op hun hoede. Dankzij hun grote ronde ogen hebben ze rondom zicht.

Voedsel

Hazen en konijnen zijn herbivoren die veel soorten plantaardig voedsel eten. Grassen, kruiden, zaden, wortels, boomschors, knollen en mossen staan op het menu. Om optimaal gebruik te maken van de voedingsstoffen in hun eten, eten ze vaak hun eigen ontlasting op. De nuttige stoffen die nog in de keutels zitten, komen zo tweemaal door het spijsverteringskanaal en worden daardoor optimaal benut.

Voortplanting

Hazen en konijnen kunnen zich razendsnel voortplanten. Per keer werpt een vrouwtje meerdere jongen en direct daarna kan ze al weer bevrucht raken. De Europese haas is zelfs nóg sneller! Al een paar dagen vóór de worp kan ze alweer gedekt worden.

Wilde konijnen raken bij vrijwel elke paring direct bevrucht doordat er dankzij de paring een eisprong plaatsvind. Alleen worden niet alle zwangerschappen voldragen. Als er weinig eiwitrijk voedsel voorhanden is, zal het lichaam de embryo’s zelf ‘oplossen’ waardoor er geen jongen geboren worden. Hierdoor worden - waarschijnlijk - wilde konijnenjongen voornamelijk tussen maart en augustus geboren terwijl tamme konijnen het hele jaar rond jongen kunnen krijgen. Deze laatste groep heeft namelijk een veel constantere aanvoer van eiwitrijk voedsel.