De halsbergers

Schildpadden worden ingedeeld in twee verschillende onderordes. De halsbergers en de halswenders. Deze indeling is gebaseerd op de mate waarin de schildpadden hun kop kunnen intrekken binnen het schild. De halsbergers kunnen dit volledig, de halswenders moeten de nek eerst naar links of rechts buigen (wenden) voordat deze onder het schild wordt getrokken. Dit heeft te maken met de nekwervels: de halsbergers kunnen deze een beetje inschuiven.

Dierenrijk

Onder de halsbergers (Cryptodira) vallen de volgende families:

  • Bijtschildpadden (Chelydridae)
  • Moerasschildpadden (Emydidae)
  • Landschildpadden (Testudinidae)
  • Geoemydidae
  • Grootkopschildpadden (Platysternidae)
  • Nieuw-Guinese tweeklauwschildpadden (Carettochelydidae)
  • Weekschildpadden (Trionychidae)
  • Tabascoschildpadden (Dermatemydidae)
  • Modder- muskusschildpadden (Kinosternidae)
  • Zeeschildpadden (Cheloniidae)
  • Lederschildpadden (Dermochelyidae)

Aantallen

Er zijn 255 soorten halsbergers bekend. Daarmee is het de grootste groep. Van de halswenders (Pleurodira) zijn namelijk maar 91 soorten bekend.

Kenmerken halsbergers

Een halsberger zal zijn kop en poten intrekken als er gevaar dreigt. Om dat te kunnen doen, moet de schildpad eerst ruimte maken binnen het schild. Dit doet hij door alle lucht uit zijn longen te persen. Om het gebrek aan lucht te compenseren hebben veel schildpadden slijmvliezen die extra zuurstof opnemen. Bijvoorbeeld in de keel. Veel halsbergers vouwen hun poten voor hun kop als deze ingetrokken is. De scherpe nagels aan de poten geven daardoor extra bescherming.

Geschiedenis

Schildpadden zijn al miljoenen jaren op deze aarde. De halswenders ontstonden eerder dan de halsbergers. Waarschijnlijk hadden alle schildpadden vroeger een lange nek en waren het allen halswenders. Het vermogen om de nek in te trekken ontstond pas later.

Gewone doosschildpad

De gewone doosschildpad wordt ook wel Carolina doosschildpad genoemd en is een bekende moerasschildpad uit Noord-Amerika. Ze leven in grasland, bos of weiland en eten planten en kleine dieren of aas. De gewone doosschildpad wordt tussen de tien en twintig centimeter groot.

Het leuke van deze schildpad is dat hij de voor- en achterzijde van het buikschild kan opklappen, waardoor vijanden nergens meer bij kunnen. Ze sluiten zich letterlijk als een doosje af voor belagers. Daarmee gaan ze nog een stapje verder dan de andere halsbergers: die moeten kop en ledematen ook in ingetrokken staat alsnog beschermen met hun scherpe nagels.