Eekhoorns (Sciuridae)

Eekhoorns

Een andere naam voor de eekhoorn (Sciurus vulgaris) is de rode of de gewone eekhoorn. Dit dier rent en springt door de bomen en is bijzonder lenig. Ze bevinden zich het liefst in en nabij bomen. Ze kunnen rood(oranje) tot kastanje/donkerbruin van kleur zijn. Heel opvallend is hun grote pluimstaart. Verder vallen ze op door hun grote ogen en gepluimde oren. Ze hebben lange tenen met scherpe, lange nagels. Net als onder meer muizen, hamsters en bevers behoort de eekhoorn tot de knaagdieren. De Latijnse naam is niet zonder reden gegeven. De betekenis daarvan is namelijk ‘gewone schaduwstaart’. Dit heeft alles te maken met de karakteristieke zithouding. Het dier heeft dan de staart over de rug.

Uiterlijke kenmerken

Eekhoorntjes rennen en springen door de bomen. Deze acrobaten zijn echte boombewoners. Ook op de grond kan dit knaagdier zich echter goed redden. Wel altijd het liefst in een bosrijk gebied. Heel opvallend zijn de grote ogen, de gepluimde oren en de lange tenen met lange en scherpe nagels. Meestal valt echter als eerste de grote pluimstaart op. In de winter zijn de oorpluimen langer dan in de zomer. Dit geldt voor de volwassen eekhoorn. De staart en de rug variëren van kleur. Dit gaat van kastanje/donkerbruin tot rood(oranje). Omdat de buik wit van kleur is, steekt deze heel duidelijk af tegen de vacht van de rug. In de winter is het dier donkerder dan in de zomer. Ook is de kleur dan meer grijsachtig. De staart is onmisbaar voor dit knaagdier. Deze zorgt namelijk voor het evenwicht tijdens het springen en klimmen. Als het dier rent, dan blijft de staart recht. Door middel van de staart en de oren heeft de eekhoorn contact met andere eekhoorntjes. De achterpoten zijn een stuk langer dan de voorpoten.

Een aantal afmetingen van het lijf

Lengte van de staart: 14-22 cm

Lengte van kop/romp: 21-25 cm

Gewicht: 230 tot 415 gram

Vrouwelijke en mannelijke dieren hebben dezelfde lengte

Ecologisch

Waar leeft dit knaagdier?

De eekhoorn is in heel Europa en Noord-Azië te vinden. Het verspreidingsgebied is groot. Tot een hoogte van 2000 meter zijn de knaagdieren te vinden. In Nederland leeft hij voornamelijk in Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant, Limburg en Overijssel. Ze zijn ook aan te treffen in de duinen van Zuid- en Noord-Holland. Rond 1960/1970 was de eekhoorn zeldzaam in heel Nederland. Dit had te maken met een uitbraak van een virusziekte waardoor veel dieren dood gingen. Na 1970 nam het aantal weer toe. De dieren zijn te vinden in tuinen, parken en houtwallen in de omgeving van bossen. Verder houden ze van naaldbossen, gemengde bossen en loofbossen. Ze komen voor in de bebouwde kom. Dat echter alleen als daar genoeg voedsel beschikbaar is. Het liefst leven de eekhoorntjes in oudere bossen. In naaldbomen die minstens 20 jaar oud zijn en loofbomen die ouder dan 40 jaar zijn vinden ze het meeste voedsel. Ook hebben ze daar veel mogelijkheden tot het bouwen van een nest.

Voedsel en manier van leven

Vroeg in de ochtend en later op de middag zoekt het dier voornamelijk naar voedsel. Dit doet hij zowel op de grond als in de bomen. Handig springen en klimmen ze tussen bomen en takken door. Springen gaat ze gemakkelijk af. De staart is hierbij onmisbaar om goed in balans te blijven. Wanneer de eekhoorn omlaag gaat, heeft hij de kop naar beneden gericht. Zwemmen is voor dit dier geen enkel probleem. Verder houdt hij geen winterslaap. Wel zijn ze in de winter een stuk minder actief en energiek dan in de zomermaanden. Als het stormt, ijzelt, sneeuwt of regent verblijven eekhoorns maximaal een aantal dagen in hun nest. In de herfst wordt een vetreserve aangelegd. Ook zorgen ze dan voor voedselvoorraad voor de winter. Het voedsel wordt verstopt in de oksel van een boomstam, in boomholtes en in de grond. Ze verstoppen slechts een aantal noten bij elkaar. Dankzij hun goede reukvermogen weten ze het verstopte voedsel weer terug te vinden. Het dier vindt niet al het voedsel terug. Zo dragen ze hun steentje bij aan het verspreiden van boomzaden in de bossen. Ze nemen geen eten weg van andere dieren. De knaagdieren eten voornamelijk boomzaden zoals noten, eikels een kegels van naaldbomen. Afhankelijk van het jaarseizoen eten ze ook nog schors, rupsen, jonge vogels, vogeleieren, paddenstoelen, bladeren, bessen en knoppen. Dit dient voornamelijk als aanvulling op hun hoofdvoedsel.

Leefgebieden

Eekhoorntjes zijn solitaire dieren. Ze leven alleen. Hun voedsel zoeken ze binnen hun eigen leefgebied en territorium. Soms kan er wel een overlap zijn tussen de leefgebieden van een aantal soortgenoten. Ze verdedigen hun eigen territorium niet. Dit doen ze alleen met hun slaapnest. De vrouwtjes hebben een kleiner territoria dan de mannetjeseekhoorns. Rond de paartijd liggen mannetje en vrouwtje regelmatig in hetzelfde nest te slapen. Zijn de jonge dieren eenmaal geboren, dan is er geen plek voor het mannetje meer in het nest. Het vrouwtje staat zijn aanwezigheid dan niet langer toe. De nesten worden voornamelijk in de winter gebouwd. Ze zijn dan, omdat de bomen hun blad kwijt zijn, beter zichtbaar. Nesten zijn zo groot als een voetbal en hebben de vorm van een bol. De doorsnede is ongeveer 30 tot 50 cm. Het nest wordt niet al te laag bij de grond gebouwd. Meestal minstens 5 meter hoog. Aan de binnenkant is het nest zacht. Het dier gebruikt hiervoor materiaal zoals gras, mos, wol of bast. Boomholtes kunnen ook dienen als nest voor de jonge dieren. Evenals grote nestkasten, oude ekster- of kraaiennesten. Het dier heeft een hoofdnest. Daarnaast zijn er nog circa 5 reservenesten. Deze zijn een stukje kleiner. Ook hoog in de boomkroon worden de nesten soms gebouwd. Hierdoor kan verwarring met de ekster ontstaan. Het verschil zit hem met name in het gebruikte materiaal. Eksters kiezen over het algemeen voor iets dikkere takken. Een eekhoorn neemt liever twijgen met bladeren die iets dunner zijn.

Paren en aantal levensjaren

Van december tot februari en van mei tot juni heeft de eekhoorn zijn voortplantingsperiode. Na 6 weken wordt het eekhoorntje geboren. Het kraamnest is steviger dan het andere nest en wordt gemaakt van gevlochten takken en bedekt met gras. De jongen zijn blind en kaal. Na een week of 3 verschijnen de haartjes en een week later kunnen ze zien. Na 10 weken zijn ze al redelijk zelfstandig en na een maand of 3 moeten ze weg uit het territorium. De wilde eekhoorn wordt ongeveer 7 jaar oud.

Vijanden

De boommarter, de vos en de havik zijn de natuurlijke vijanden. Ze sneuvelen ook regelmatig in het verkeer. Hoeveel eekhoorntjes er op een bepaald moment zijn, hangt samen met het beschikbare voedsel. Zijn de zomer en de herfst wat dat betreft niet gunstig, dan halen veel dieren de lente niet. Dit is ook negatief voor de vruchtbaarheid waardoor het aantal van deze knaagdieren nog meer daalt. In Nederland horen ze bij de beschermde dieren. Als er een ziek dier gevonden wordt, kan er contact worden opgenomen met Stichting Eekhoornopvang.

Begroetingen eekhoorns

Als het dier een bekende ontmoet, klinkt er ‘moek-moek-moek’. Elke situatie vraagt weer om een ander geluid. Zijn de dieren opgewonden, dan klinkt er ‘tjuk-stuk-tjuk’. ‘Chroe-roe-roe’ betekent dat er alarm geslagen wordt. Verder zijn er grommende, fluitende, kakelende en jammerende geluiden waar te nemen.

Sporen

Eekhoorntjes zoeken naar de zaden van de dennenappel. De kern blijft liggen. Deze is samen met de schubben te vinden op de plekjes waar het dier eet. Vastgeklemde paddenstoelen in de oksel van boomstammen verraden eveneens de aanwezigheid van het dier. Andere vraatsporen zijn te zien aan eikels, walnoten en beukennootjes. Voor een leek lijken deze echter veel op de sporen van muizen.

Keutels

De uitwerpselen zijn 5-8 mm lang en 4-6 mm dik. De vorm van de keutels is ovaal tot helemaal rond. De kleur is zwart/zwartbruin. Ze zijn niet makkelijk te vinden, want de dieren laten ze naar willekeur van de boom vallen.

Afdrukken

De loopsporen zijn duidelijk te herkennen. Het gaat om de afdruk van de voorvoet met 4 lange tenen. Ook de flinke nagels en de achtervoet met 5 tenen zijn duidelijk herkenbaar. Meestal loopt dit spoor van de ene naar de andere boom. De beweging gaat altijd in een viersprong.

Zichtbare nesten

Het is in de winter goed de zien waar de eekhoorn woont. De nesten zijn zichtbaar in loofbomen. De kroon van de boom is namelijk doorzichtig.

Zichtbaar

Omdat de dieren voornamelijk overdag actief zijn, zijn ze vaak vrij goed zichtbaar.