Dwerggeit (West-Afrikaanse dwerggeit)

Dwerggeiten komen oorspronkelijk voor in Midden-, West- en Oost-Afrika, maar de West-Afrikaanse dwerggeit is daarvan de meest bekende. In Afrika wordt deze geit gehouden voor zijn huid en vlees. Daar is hij ook groter en dikker. Het ras werd  overgebracht naar Europa en Noord-Amerika waar de soort erg populair is vanwege zijn geringe omvang. Hier worden ze vooral op die eigenschap gefokt. Hij is daardoor al op een klein stukje land of in een ruime tuin te houden. Dwerggeiten zijn echte  kuddedieren, die niet graag alleen zijn. Ze zijn sociaal, aanhankelijk en speels en daarmee favoriete dieren voor kinderboerderijen, hertenkampen en dierentuinen.

Kenmerken dwerggeiten

Dwerggeiten hebben korte poten, een dikke buik en een compacte en stevige bouw. Dit ras heeft een korte, glanzende vacht met stevige, stugge haren. De kleuren kunnen enorm variëren, van bont met vlekken tot de vrij algemene bruine variant met een  zwarte streep over de rug. Sommige dwerggeiten hebben een sikje. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben kleine, iets naar achter gebogen hoorns.

Voedsel dwerggeiten

Geiten zijn grazers, wat betekent dat ze vooral gras eten (grazen). Maar incidenteel zal een geit ook planten, bladeren, twijgjes, knoppen en wortels eten. Dwerggeiten die door mensen gehouden worden, krijgen hooi en speciaal samengestelde brokken als  aanvulling op het gras. Dwerggeiten zijn opportunistische eters: ze eten wat ze op dat moment kunnen vinden. Zelfs als het niet gezond voor ze is. Vandaar dat je bij kinderboerderijen de dieren meestal niet mag voeren. Dwerggeiten zijn herkauwers en hebben 4 magen. Ze nemen in één keer veel gras tot zich en gaan daarna rustig liggen herkauwen. Kleine hoeveelheden komen daarbij omhoog. Omdat ze geen boventanden hebben, drukken geiten met hun tong het gras tegen hun ondertanden.

Voortplanting dwerggeiten

Een mannelijke dwerggeit noem je de bok, de vrouwelijke dwerggeit is gewoon een geit. Een vruchtbare bok besproeit zichzelf met urine. Een vies luchtje, maar de geiten zijn er dol op. Zeker in de bronsttijd, zo aan het eind van de zomer. De luchtjes van de  bok kunnen zelfs helpen om geiten eerder in de bronsttijd te brengen. Dwerggeiten zijn ongeveer 150 dagen drachtig. Daarna worden de jonge geitjes geboren. Geiten krijgen meestal één jong, maar tweelingen komen regelmatig voor. Zodra het jonge dwerggeitje geboren is, gaan het direct op zoek naar de uiers van de moeder. Na enkele uren kunnen ze al staan.