Dwergezel

Dwergezels (Equus asinus) zijn net als hun wilde soortgenoten (Equus Africanus asinus) intelligente, krachtige en sociale dieren die zich onder de meest barre omstandigheden kunnen handhaven. In het wild komen ezels vrijwel niet meer voor. Alleen in  Noord- en Oost-Afrika zijn nog enkele wilde soorten ezels zoals de Perzische Onager. Wilde exemplaren zijn vaak de verwilderde nakomelingen van de gedomesticeerde dwergezel. Deze zoogdieren zijn een familie van de paardachtigen. Ze worden net als paarden vaak gebruikt als last- of trekdier of om op te rijden. Door hun tredzekerheid zijn ze vooral in bergachtige gebieden  populairder dan paarden. Het spreekwoord luidt niet voor niets: een ezel stoot zich in het algemeen, niet tweemaal aan dezelfde steen. Ook kunnen ezels over smalle richeltjes lopen dankzij de vorm van hun hoeven. Deze zijn veel smaller dan die van paarden. Hierdoor is waarschijnlijk de uitdrukking ‘ezelsbruggetje’ ontstaan.

Kenmerken

Ezels hebben lange oren en een pluim aan de staart. Vaak is de vacht grijs of bruin. De koppigheid waar ezel om bekend staan is eigenlijk eerder voorzichtigheid. Als een ezel iets niet vertrouwd, zal hij geen stap meer verzetten. Ze weigeren pertinent om iets te  doen dat hun gevaarlijk lijkt. Maar dwergezels die door mensen gehouden worden en hun vertrouwen zijn juist zeer gehoorzaam en prettig gezelschap. Dwergezels zijn de echte ‘werkpaarden’ onder de paardachtigen. Ze zijn sterk, weinig veeleisend en goed bestand tegen alle mogelijke ziekten. In het wild leven ze in kuddes en zijn het sociale dieren die elkaar beschermen. Waar een paard zou vluchten in een gevaarlijke situatie, kiest een dwergezel ervoor om zich te verdedigen. Vooral zijn krachtige poten en  hoeven zijn gevaarlijke wapens als hij bokt en schopt.

Voedsel

Een dwergezel is een herbivoor. Hij eet planten, gras, kruiden, struiken en bladeren. Een ezel is niet kieskeurig en makkelijk te voeden. Ook om die reden hebben ezels de voorkeur boven paarden in bergachtige en woestijnachtige gebieden als last- en rijdier.

Voortplanting

Ezelinnen hebben een lange draagtijd. Ze zijn maar liefst 11 tot 12 maanden drachtig. Per keer krijgen ze één veulen die al na een half uurtje kan staan. Omdat paarden en ezels tot dezelfde familie horen, kunnen ze met elkaar kruisen. Als een ezelin paart met een hengst, krijg je een muilezel. Een ezelhengst in combinatie met een merrie vormt een muildier. Muilezels en muildieren zijn vrijwel altijd onvruchtbaar en kunnen zich niet meer voortplanten.