Bijen zijn insecten die verschrikkelijk belangrijk zijn voor het bestuiven van bloemen. Dankzij deze bestuiving ontstaan vruchten, groenten en kunnen bomen en bloemen zich voortplanten. Bijen komen vooral voor in warmere streken. In Nederland komen ze pas tevoorschijn als de lente begint en de temperaturen omhoog gaan.

Bijen lijken op wespen, maar er zijn belangrijke verschillen. Beide zijn nuttig, maar diegenen die jou in de zomer lastig vallen aan de picknicktafel zijn de wespen. Bijen zijn rustige dieren die niet zomaar prikken. Laat ze dus maar rustig hun nuttige werk doen.

Kenmerken

Als je naar de vleugels kijkt, snap je waarom bijen en hommels tot de groep vliesvleugeligen horen. Ultradunne vliesjes houden het harige lichaam van de bij in de lucht.

Veel bijen hebben een geel-zwart lichaam maar er zijn ook roodbruine of zwarte bijen.

Bijen hebben zes poten die vastzitten aan hun romp. Het achterlijf bevat de angel. Een bij kan maar één keer prikken. Daarna gaat hij dood.

Er zijn verschillende soorten bijen: honingbijen, hommels en wilde of solitaire bijen. Van die laatste zijn er meer dan 350 verschillende soorten!

Voedsel

Bijen bezoeken bloemen op zoek naar de nectar en het stuifmeel waar ze van leven. Honingbijen zetten de nectar om in honing als voedselvoorraad voor het bijenvolk en de larven. Imkers zijn bijenhouders die de honing verzamelen zodat wij die kunnen eten. De bijen krijgen daarvoor in ruil suikerwater.

Voortplanting

Solitaire bijen paren en leggen daarna eitjes. Bij honingbijen mag alleen de koningin paren met de mannetjes (darren). Zij legt in de zomer zo’n 2000 eitjes per dag.